Bio

Leven met dempende medicatie (samenvatting)

Als klein kind was ik zeer leergierig, enthausiast en emotioneel uitgesproken.

Dit staat in zwaar contrast met hoe ik werd na de instelling van de medicatie (carbamazepine).

Niet wetende dat het volgende het gevolg was van (verkeerde) medicatie;

Op mijn 9e werd ik gediagnostiseerd met epilepsie. Er werd medicatie voorgeschreven die mijn epilepsie zou onderdrukken. de eerste; meest voorgeschreven anti-epileptica was carbamazepine, ook wel bij de merknaam Tegretol genoemd. vanaf dat moment, zonder dat ik het doorhad veranderde ik in een zeer ingetogen, stil en naar de buitenwereld toe een ongeinterresseerd kind. Ik weet nog dat mijn moeder zei “oma vroeg aan mij wat er in godsnaam met mij aan de hand was”, dit omdat ik niets meer zei, geen emoties meer toonde en vervreemd was van de wereld. Ik had nog wel heel sterk de drang om iets te zeggen te doen of te uiten maar het ging gewoon niet, ik was totaal afgevlakt.

Ik ben mij er ook goed bewust van geweest dat ik nooit impulsief, assertief en welbespraakt was in de ogen van alle mensen om mij heen. dit ging steeds door mijn hoofd: waarom kan ik niets zeggen, waarom kan ik geen gesprek voeren, waarom kan ik mijn emoties niet uiten. ik voelde mij gevangen in mijn lichaam met de weet dat ik een spontaan iemand was met veel potentie en zeker heel bereiken kon als ik maar kon praten, assertief zijn en ‘normaal’ was.

De gedachte dat ik in gezelschap niet kon praten, omdat er niks in mij opkwam om te zeggen of simpelweg de brug van gedachten zoals gespreksstof niet om kon zetten tot het daadwerkelijk uitspreken van wat er in mij opwkam, als er al iets in mij opwkam. In situaties waarin een uiting van woorden, emotie of impulsief gedrag wensbaar voor mij was of ‘normaal’ was was ik steeds met de gedachte bezig; wat kan ik doen, wat kan ik zeggen; ik moet nu iets zeggen ik moet nu iets zeggen of doen! maar de realiteit was dat ik stilzwijgend bleef staan. Ik was toen der tijd niet in staat om simpelweg de brug te leggen van opkomende gedachte tot het daadwerkelijk uiten van deze gedachte in bijvoorbeeld spraak en/of actie. Als ik terug denk aan enkele van deze situaties kan ik nu in een fractie van een seconde bedenken hoe ik waarschijnlijk gereageerd zou hebben, wat ik gezegd zou hebben of gedaan zou hebben.

In mijn jeugdige leven ben ik alleen wezen dobberen en mij laten sturen in plaats van varen en zelf initiatief te nemen. Mijn vriendenkring was altijd wel redelijk groot maar alleen doordat ik door vrienden ‘mee werd getrokken’, zij stapten op mij af, spraken met mij af en planden alle activiteiten die ik heb ervaren. ik was initiatiefloos, zwijgzaam en passief tenminste zo kwam ik over. Elke situatie die ik terughaal uit het verleden en in de molen zat van; wat kan ik zeggen, wat kan ik doen, wat kan ik zeggen, ik moet iets doen! zou ik het heel anders hebben beleefd, echt hebben beleefd in plaats van het alsware als een film voorbij zien komen en de hoofdrol speel maar de touwtjes niet in handen had. Ik zou het voortouw hebben genomen en de ‘scene’ zelf hebben gecreerd of in iedergeval een deel daarvan een sturing hebben geven.

 

 

Hoofdrol in die scenes toen der tijd was eigenlijk te vergelijken met een trekpop die door vrienden, kennissen en figuranten werden bestuurd. Mij volledig bewust zijnde van mijn passief, emotieloos en initietiefloze overkomende karakter was mij een kwelling die mij elke seconde bezighield. Omdat ik niets anders dan denken deed, mede doordat ik vanuit mezelf niks zei, niks deed en niks uitte was ik dus in een rollercoaster van enkele gedachtes beland en die waren: zeg nou eens wat, doe nu eens wat (bedenk wat je zelf kunt verzinnen om te doen)! en uit nou eens wat (emphatie)! Voor anderen lijkt het zo simpel.

Voor mij was mijn persoonlijkheid uitten dus totaal niet mogelijk. Ik wist zelf niet wie ik was… maar wel wat ik dacht: uit nou eens wat!

Op mijn 21ste levensjaar werd mijn medicatie omgezet en kwam ik er achter dat het de verdomde carbamazepine is geweest die mij tot een ander persoon had gevormd.

 

Enthausiasme

Genieten van de momenten waar een ‘normaal’ mens (intens) van zou genieten deed ik nooit. Wel wetende wat enthausiasme inhoudt kon ik het niet opbrengen om die emotie te uiten maar wel voelen. In momenten waar er door iedereen volop genoten werd en het ook voor mij ook genieten zou moeten zijn was ik steeds bezig met gedachten van het moeten genieten. De weet dat ik nooit eerder heb kunnen genieten plaatste mij in een neerwaardse spiraal van gedachten dat het voor mij toch niet mogelijk was om enthausiasme te uiten. Nog steeds zoekende naar hoe ik het toch zou kunnen doen en waarom het niet lukte om te reageren op personen, processen of situaties liet mij niet toe om te genieten. Interactie met mijn omgeving was er alleen in gedachtes en niet in daden.

Gezinssituatie en dankbaarheid

Mijn wens om een dankbare zoon te zijn voor mijn ouders en een liefhebbende broer voor mijn zus en broertje was zeer groot maar speelde alleen in mijn hoofd af. Mijn aanwezigheid bestond alleen uit het kort antwoorden op een direct naar mij toe gestede vraag. Dankbaarheid tonen speelde zich ook alleen af in mijn hoofd. in een dankbaar moment sprak ik mijn dankbaarheid nooit uit ondanks ik dit wel wilde en liet ook geen emotie blijken die ik zeker wel had. In mijn hoofd was ik zeer dankbaar en vol emotie maar wist de link niet te leggen om de ware ik te uiten. Ook in die situaties was ik druk bezig in mijn hoofd met de vraag: waarom kan ik niets zeggen? Een persoonlijkheid vormen of een bijdrage leveren aan het gezin zat er niet in. Zonder mij was er geen verandering door individuele acties.

Streven naar een ‘beter leven’.

In mijn jeugdige periode waarin je zelf nog grotendeels alles in de hand hebt om vorm te geven aan je leven en je toekomst deed ik dat niet. ik was de kapitein op mijn schip en liet het schip gewoon dobberen terwijl ik deze graag zou willen sturen; vooruit en richting vooruitgang en het opbouwen van een leven. Stuurloos, richtingloos en initiatiefloos was ik aan het zeilen waar de wind (in dit geval de mensen om mij heen) mij bracht.

 

Leven in de genoemde levensfase hoort te zijn zoals ik nu denk: zelf ontplooiing, jezelf leren kennen en dus je talenten leren kennen en ontwikkelen. ontdekken wat je karakter punten zijn; de goede en de slechte. Dingen overwegen en doen of denken wat je verder helpt. Selectief een sociale kring opbouwen. Factoren in je omgeving waarnemen en wel overwogen beoordelen. Volop genieten van de nog onbezorgde leven’s stijl. Gepland gaan genieten en daar voorbereidingen op treffen die van meerwaarde kunnen zijn. Impulsieve acties. Vooral dingen doen/denken wat je verder helpt in het leven. Hiermee bedoel ik waar je beter van wordt op alle verschillende vlakken.

Ik dacht of een deed niet wat mij verder hielp. Ik dacht in het verleden in plaats van bezig te zijn met mijn toekomst of het heden. Ik had een terugkijkende blik op een leven die ik grotendeels niet leefde omdat ik steeds achteruit keek/dacht. Mijn aanwezigheid was niet in het verleden het heden of de toekomst. Alleen in het ‘heden’ terugkijkend op het verleden die bestond uit steeds het zelfde; met name in gedachten zijn ‘wat moet ik doen, denken of uiten’. Het leven als een déjà vu beleven omdat steeds dezelfde gedachte bleven kleven. De tijd stond stil terwijl de wereld om mij heen vooruitstreef. Ik ben de jaren door gekomen doordat ik op sleeptouw werd getrokken door mijn omgeving; familie (deze krijg je opgelegd in het leven, en daar was ik mee gezegend), ‘opgedrongen’ klasgenoten waaruit verschillende mij als vriend hadden uitgezocht en personen die op het pad kwamen die ik aflegde doordat ik dat pad op geduwd of getrokken werd. alle belevenissen niet zelf in de hand hebbende is leven in het niet te benoemen tijdsaanduiding die je geen sturing kan geven.

Als ik niet gestuurd getrokken of geslingerd werd bleef ik denken waarom ik denk, niet dat ik het concept van denken niet snapte. Ik wist wat denken inhield en dat dat ook iets is wat gedaan moet worden voor elke handeling in elk opzicht. Denken is een noodzaak. De denkperiode was voor mij oneindig. Als men bv een gesprek wil voeren denkt men een fractie van een seconde wat hij of zij gaat zeggen en/of reageren. Bij mij was die fractie eindeloos. Vaak kwam er wel een einde aan die fractie maar simpelweg te laat dus moment voorbij. Gek genoeg was de fractie soms wel kort genoeg om de gedachte uit te spreken en/of uiten maar dan begon een nieuw proces (overwegen).

 

Drugs

De eerste keer dat ik drugs gebruikte kon ik ineens woorden uit spreken. Ook nog eens volle zinnen en verhalen. Ik wist niet wat me overkwam. Als maar pratend door enthousiasme van het kunnen praten had ik vaak de boventoon qua aanwezigheid. Wat ik uitsprak was geheel zonder filter. Het denkproces van een fractie van een seconde voordat men wat uitsprak sloeg ik over. Dus het te lange denkproces veranderde in geen denkproces. Ik sprak het bijna al uit voordat ik wist wat de hele zin zal worden. De uitspraken en verhalen die ik vertelde was totaal niet de persoon die ik ben. Van het te lang denken voor het uitspreken ging het naar niet denken en uitspreken.

Als ik er dan de volgende dag aan terug dacht vond ik mezelf een super irritant persoon die dingen had gezegd en verhalen had verteld wat ik nooit zou hebben gedaan als ik het proces van denken niet had overgeslagen. Super irritant maar wel een lekker gevoel dat er woorden uit mijn mond kwamen. Van een stil nietszeggend persoon veranderde ik in het andere uiterste. Een totaal ander karakter/persoonlijkheid kwam naar voren dan die van mezelf. Ik kon praten maar in plaats van het blijven hangen in het denk/overwegingsproces sloeg ik dat proces over. Mijn lichaam sprak woorden uit maar ik sprak niet. Ik was mij in het begin niet zo bewust van het zwaar dom overkomen en irritant zijn. Ik was te blij dat ik kon praten en uit mezelf dingen zei, dat ik dat zelf niet was nam ik op de koop toe.

Het was dus niet alleen dat mensen mijn persoonlijkheid niet kenden in die periode, het was ook nog eens dat zij een persoonlijkheid van mijn kinderen wat helemaal niet mijn persoonlijkheid was maar een persoonlijkheid van een irritant mannetje.

 

Vrienden

Onder ‘invloed’ van Tergetol (ant-epleptica) met de bijwerking in het vorige hoofdstuk beschreven (verkeerde-medicatie) voelde in mij gevangen in mijn eigen lichaam en kon ik niet praten.

Toen k voor het eerst drugs (19) gebruikte kwam ik erachter ‘ik kan praten!’ vol verbazing genoot ik hier van, de stilweigenze peter was er niet meer.

in eerste insantie had ik niet door dat de uitspraken die ik deed hooguit irritand waren en soms ook kwetsend. Mede doordat ik ook nog steeds het verkeerde medicijn gebruikte en dus niet de reactie of opmerkingen naar boven kwamen die ik zou hebben gehad zonder dat medicijn zorgde dat ervoor dat ik nog verder weg van mijn daadwerkelijke persoonlijkheid/karakter kwam.

Toen de Teretol werd afgebouwd was helaas al een paar jaar bezig met drugs en kwam daar zo 123 niet vanaf. ik voelde mij beter als ik nuchter was en niet had gebruikt. toch ben ik daar nog enige tijd mee doorgegaan want ja “verslaafd”. Nu gelukkig al jaren niet meer.

Van gedachten filteren en overwegen naar praten en/of handelen sloeg ik het filteren en overwegen over. de gedachten die naar boven kwamen waren op de voorgrond (impulsief) hooguit vervelend, mede doordat ik uitspraken deed (waar ik onder het uitspreken bewust van werd) kwetste ik veel mensen de ik liefhad/heb. Mijn echte persoonlijkheid kwam dus weer niet aan het licht; de irritante en kwetsende persoon kwam naar voren en voerde de boventoon. Toch nam op de koop toe dat ik een vervelend ventje was met daarbij horend vervelend gedrag, ik kon immers eindelijk praten me uiten en een ‘rol’ spelen in mijn sociale kring. Dat was een hele openbaring.

Het continu spreken staat in zwaar contract met als ik geen drugs gebruikte, dan bleef ik hangen in een cyclus van gedachten naar filteren en het blijven overwegen totdat er een volgend onderwerp werd aangesneden of er reden was tot een impulsieve opmerking.. altijd te laat dus.

Als ik terug denk aan talloze situaties kan ik nu binnen een fractie van seconde hebben gefilterd en overwogen dus ook meteen kunnen uitten/handelen.

In de tijd dat ik van dat verkeerde medicijn afkwam (22) leefde ik langzamerhand op. Ik was in staat om emotie te uiten, met ander personen contact maken en daar zelfs op af te stappen om neen ‘normaal’ gesprek te voeren met iedereen zonder te blijven denken (in een haast angstige staat; hoe ga ik reageren, ik moet reageren, waarom lukt het niet gvd!) en deze situaties moedwillig uit de wegging.

Het krijgen van een nieuwe kans in mijn jeugdjaren zonder Teretol zou ik haast een moord voor doen. Als ik nu op plekken kom waar veel mensen aanwezig zijn ben ik onbewust meteen op zoek naar iemand waar ik op af ka stappen en een gesprek mee aan kan gaan. Of simpelweg flirten. Al die keren op stap te zijn geweest in de periode met Tegretol zou ik echt heel veel plezier hebben gehad en niet angstig/ongemakkelijk voelen zoals ik toen alleen maar kon. Als ik nu een terrasje voorbij loop merk ik dat ik aansluiting wil vinden en er ook zo op af zou stappen. toen dr tijd liep ik lags een errasje met alleen de gadachte ‘doorlopen… hopen dat je niet door iemand bekends tegen komt want dan moet je reageren (wat ik dus niet kon). Alleen maar negatieve gedachtes. dus waar ik nu van geniet (voluit van zou hebben genoten) was toen een kwelling.

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *